Sporten is meer dan conditie en techniek

Om als sporter goed te kunnen presteren zal je regelmatig oefenen om je conditionele en fysieke, technische en tactische vaardigheid sterker te maken.  Je beoogt hiermee sterker te worden dan je concurrent(en) atleten of je persoonlijke grenzen te kunnen verleggen.  Meestal ga je hiervoor naar een sportomgeving of een sportclub.

Mentale factoren kunnen vaak verhinderen dat je het gewenste resultaat behaalt. Bepaalde gebeurtenissen en je daar uit volgende gedachten en gevoelens, kunnen invloed hebben op je handelen.Je mentale vaardigheid (weerbaarheid)  kan dan gaan bepalen welke impact dit zal hebben op je prestatie.

Maar geen nood ! Net als de fysieke vaardigheden, is ook je mentale vaardigheid trainbaar.  Mentale training houdt in dat je op regelmatige basis oefent en nadenkt hoe je in de ideale mentale prestatietoestand kan komen én er zo lang mogelijk kan blijven.  Dit wordt ook wel ‘flow’, arousal, ideale prestatietoestand of ‘winning mood’ genoemd.
Flow heeft  als kenmerken :

  • beperkte duur
  • smalle focus van aandacht en dus zeer geconcentreerd zijn
  • zelfvertrouwen hebben en geen angst
  • elke beweging verloopt automatisch zonder dat je hoeft te forceren
  • controle hebben
  • veel plezier ervaren

Mentale training leert de sporter :

  • gevoelens en gedachten herkennen
  • zelfcontrole activeren
  • bewust zijn van de ideale prestatie toestand en dit zo vaak mogelijk kunnen oproepen


Enkele belangrijke mentale vaardigheden

Doelen stellen 

Een zeer belangrijke mentale vaardigheid is het  stellen van doelen.  
Doelstellingen zullen een invloed hebben op de motivatie van de sporter.   Ze helpen hem of haar om op een positieve manier te gaan werken om het vooropgestelde doel te bereiken. Hierdoor gaat de concentratie gestimuleerd worden.
Doelstellingen zullen ook een invloed hebben op het zelfvertrouwen van de sporter. 

Opdat doelstellingen een positieve invloed zouden hebben op motivatie en zelfvertrouwen,
is het  belangrijk om enkele voorwaarden te respecteren bij het stellen van doelen :

  • Stel je doelen zo specifiek mogelijk
  • Zorg voor meetbare doelstellingen 
  • Doelen moeten acceptabel maar ook  aanpasbaar zijn
  • Doelen moeten daarom realistisch zijn
  • Leg de tijd vast waarin de doelen bereikt moeten worden

Voorwaarden van doelstellingen

Doelen stellen kan je op 3 niveau’s

  • in functie van resultaten – vb provinciaal zwemkampioen 100m worden
  • in functie van persoonlijke prestatie – vb persoonlijk recordtijd verbeteren
  • in functie van het ontwikkelingsproces – vb verbeterde armbeweging

Het al dan niet behalen van je doelstelling zal afhangen van de mate van controle die de sporter heeft per niveau :  de verbetering van HOE je iets doet (proces) is  beter controleerbaar dan kampioen worden (resultaat).  Daarom werk je best eerst aan de proces doelen.  Daarna kan je prestatie doelstellingen voor ogen nemen en tenslotte werk je aan de resultaatsdoelstellingen.  

Deze werkwijze zal een positieve invloed hebben op het behalen van de doelstellingen waardoor je zelfvertrouwen kan groeien. Daarna kan je de lat hoger leggen en nieuwe doelstellingen in functie hiervan gaan opstellen.  Uiteindelijk moet dit helpen om het resultaatsdoel te kunnen bereiken.

Geen doel is te ver als je maar plezier hebt in wat je doet

Positief denken 

Een gebeurtenis zorgt ervoor dat we hierbij gedachten hebben.  Deze kunnen positief of negatief zijn.  Volgend op onze gedachten gaan we ons op een bepaalde manier voelen (blij, kwaad, ongerust, …).  Hierdoor zullen we op een bepaalde manier reageren op de gebeurtenis.
De reaktie van de sporter zal een invloed hebben op zijn prestatie.

vb : In een duel tussen twee voetballers wordt er geduwd en getrokken.  Speler 1 ervaar dit als een persoonlijke aanval en voelt hierbij woede. Daardoor geeft hij zijn tegenstander een slag in het gezicht.  Vervolgens wordt hij met een rode kaart van het veld gestuurd.

5 G schema

Bij het trainen van de mentale vaardigheid Positief denken (gedachtencontrole) gaat de sporter leren om negatieve gedachten te herkennen en om te vormen naar possitieve gedachten zodat het gedrag zal aangepast worden.

Concentratie 

Tijdens de sportprestatie is  focus of concentratie van groot belang.  
Afhankelijk van de situatie is een verschillende vorm van concentratie noodzakelijk.
Zo zal een zwemmer op de startblokken een andere focus moeten hebben dan een scheidsrechter in een voetbalwedstrijd.   

De sporter kan zich trainen in het stellen van de juiste focus in een specifieke situatie.
De focus kan dan liggen op interne processen eigen aan het lichaam (vb ademhaling) of op externe omgevingsfactoren (vb tegenstrever).  Anderzijds kan ook een onderscheid worden gemaakt in een smalle (vb oog voor de bal) en brede (vb overzicht van het speelveld) focus.

Iedere specifieke sportsituatie gaat dus een combinatie van verschillende focus-vormen nodig hebben waarbij verschillende combinaties dan mekaar nog eens zullen opvolgen.

Zo zal een wielrenner bij aanvang van de laatste km van een race eerst intern-smalle focus leggen op zijn ademhaling, om dan vervolgens de focus extern-breed te leggen om  een overzicht van de positie van zijn ploegmakker en tegenstanders te krijgen.  In de laatste 200 m zal de focus dan 100 % smal-extern worden door enkel nog te mikken op de eindstreep.
Ademhaling en omgeving gaan dan van ondergeschikt belang zijn.  Gewoon die eindstreep overschrijden is het enige dat dan telt.

Tijdens de vaardigheidstraining wordt hierop geoefend zodat het tijdens de wedstrijd een automatisme kan worden.

Zelfvertrouwen 

Zelfvertrouwen is het geloof in je eigen kunnen,  met voldoende besef van de moeilijkheid van de taak.  Het geeft de sporter veerkracht bij een tegenslag maar ook het besef en de durf om fouten te maken.  Zelfvertrouwen wordt uitgestraald door de lichaamstaal waarmee de sporter invloed kan hebben op zijn concurrent.

Het zelfvertrouwen wordt vaak beinvloed door een mislukking, onverwachte gebeurtenissen of door positieve of negatieve gedachten.

Mentale vaardigheden als doelen stellen, positief denken en verbeelding vormen dus de basis van het zelfvertrouwen. 

Verbeelding
Verbeelding is een mentale vaardigheidstechniek om situaties in het hoofd voor te stellen. Het is het visualiseren van een bepaald scenario, maar het is belangrijk om alle zintuigen tijdens de verbeelding te gebruiken om een zo levendig beeld te kunnen vormen.

Het wordt gebruikt om te kunnen anticiperen op bepaalde scenario’s (je hebt dan de wedstrijd als het ware al een keer gespeeld),  om tot rust te komen, energie op te wekken of het zelfvertrouwen te versterken.
De sporter gebruikt het verder om nieuwe vaardigheden aan te leren, om zich mentaal voor te bereiden op een wedstrijd of ook om spelsituaties achteraf na te spelen in het hoofd en dan te corrigeren.

Hoe meer je oefent, hoe sterker het effect.


Ontspanning en tot rust komen

Naast de kern vaardigheden zijn er nog andere mentale vaardigheden die de sporter kan trainen en gebruiken om tot de ideale prestatie toestand te komen.

  • Ademhalingstechnieken 
  • Mindfullness
  • Yoga

Werken aan je mentale vaardigheden kan je dus perfect ook buiten het sportveld doen. Hoe meer je oefent, hoe beter het resultaat.

Gepubliceerd door MTVS COACH

Mail naar mtvs.coach@gmail.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: